Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de eiken, de goëdhartigen en sterken, Zij staan achter gordijnen.... De aarde vernauwt zfch tot een steeg ; de laatste, laatste geluiden worden schuw en schamen zich, bevreesd, dat zij zouden schrikken voor hun eigen stem : de steeg is nauw, ellendig-nauw....

Op mijn hand valt een spat als een glinsterende honigdrop; op mijn hoed spet een drop als een zilveren sterretje: op mijn schoen barst een drop als een bros knikkertje

Er komen, warempel, geluiden in den zwijgenden, doffen dag, alsof er krekels springen tusschen 't heidekruid en iemand een knisterende krant openvouwt.

Druppel volgt druppel Er is dansend beweeg boven de heide, druk, leutig, opgetogen als van muizepootjes of vlugge vogelteenen....

De bolletjes worden heusche strepen regen, die op den grijzen horizont als lichte lijnen staan ge- k teekend, net als op de plaatjes

De regen rumoert dol en rusteloos als een oreerende klok in een nachtelijke kamer

Hij valt op de daken met gerucht, als sloegen kleine tamboers op kleine trommen....

Hij suist in de struiken, alsof er een brandje wordt gebluscht

Hij stort zich in de slooten en trekt vlug als met een passer zuiver-ronde cirkels....

De regen valt en stort; de regen plast en plenst en heel de wereld raakt nu van zijn uitgelatenheid en uitbundige levensdrift vol... Hij windt zich op tot een beek en soms zelfs tot een stroom, met luciferdoosjes als bootjes, een vlieg als drenkeling en een grassprietje als 'n periskoop van een onderzeeër....

4

Sluiten