Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij kronkelt langs een honderdbochtig heidepaadje als een onmatige, blinkende slang, waarin een moediger zon zichzelf, zoowaar, zou kunnen bezien....

Hé! Er komt een bleeke vlek in het grijze gordijn van den hemel; er wil een schuchter kleurtje bloeien aan de kim.

De stroom wordt trager; de onderzeeër zit vast op een zandbank; de drenkeling is gered; de bootjes botsen tegen den oever en, och, de slang slinkt weer tot een nuchter heidepaadje, dat éénigszins nat is ....

De tamboers raken vermoeid; de sloot-metcirkels werd een troebel poeltje; de klok tikt ééns in de minuut....

Er zijn twee, hé, nou al drie kleuren in de lucht, die 't gordijn op zij duwen; de bleeke zon bezint zich en raapt den moed weer samen ; de muizepootjes en de vogelteenen vluchten en, ach, er zijn geen lichte lijnen meer op dat mooie plaatje...

Een damp als een lichte rook stijgt uit de vochtige gronden en zweeft als 'n bolle nevel rondom de teedre berken, de spitse sparren en de sterke goedhartige eiken....

De zon breekt door; de regen is over en het speelgoed-boertje trekt zijn klompen aan

Sluiten