Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AVOND.

Het licht struikelde als een gehavend, moe man, die plat ter aarde viel: toen was hét avond.

De wollige witte nevels rezen en de telegraafpalen hieven hun koppen boven de egale grijsheid als formidabele fuikstaken boven een dauwend meer.

Ergens scheerde langs den grond met rad en ruischelend gerucht een vogel: een onzichtbare visch in een troebele zee.

Honden blaften in de gave, massieve stilte gaten van geluid, waarin na vijf minuten weer de ongeschonden stilte stroomde.

Even woelde zich door de vale omheining der wereld een wind, die aan den overkant der schemering in een sparrenbosch wilde zingen en stoeien; maar halverwege nam de onbewogen rust hem gevangen: hij kreunde één momentje als een klein dier dat wordt geworgd.

Uit de zand-fijne poriën der zwaar-gebouwde grijsheid drong somwijlen de wierook van hars en geurigen akker.

Treinen grommelden en knarsten: met ketenen gebonden, driftige beesten in een benauwende ruimte....

Toen vielen de tonen van een wachthuisklok in den avond: zilveren, bolle druppels in de roerlooze poel van den dooden dag.

Sluiten