Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gepassionneerder, zijn weemoed wordt tot een heftiger hunkering. De leeuwerik is de jeugd, dien het leven nooit met wilde slagen sloeg, turdus musicus heeft verdriet en ontbering gekend en al is heel dikwijls in zijn zang de klare, parelende door niete ter wereld gestoorde, blijheid te herkennen, doorgaans domineeren in zijn hed de klanken van verlangen. Als een troubadour — geluk een zingend beeldje steekt hij af tegen de avondlucht - vergast hij de wereld op zijn kostelijke vondsten en in een tijd, wanneer het meerendeel der vogels nog zwijgt of schuchter een brokkelig deuntje tokkelt, juicht en klaaat zijn bewogen hed. dat louter liefde is. En pas wanneer de nacht de vormen al meer en meer gaat vervagen, vliegt hij weg van zijn verheven zitplaats en wordt mede een deel van de wassende duisternis.

Wij mogen trotsch zijn op onzen onvermoeiden zanger en het is een verheugend verschijnsel, dat hu met slechts vrij talrijk voorkomt in de weinia gefrequenteerde streken, maar ook in die gebieden welke in cultuur worden gebracht, zich heeft gevestigd, broedt en zijn jongen grootbrengt. Een pur-sang boschvogel is hij dan ook niet meer of juister gezegd: hij heeft zich zóó wonderwel weten aan te passen, dat hij zelfs in de stadsparken, dus in de onmiddellijke nabijheid van het meest driftige, meest nerveuse leven, zich thuis gevoelt en dus ook hoe langer hoe meer door de stedelingen wordt gekend. En gewaardeerd, haast üemh hieraan toe te voegen. Want een stad met parken, waarin turdus musicus huist, beteekent • een stad, waar vroeg de lente verschijnt en haar"

Sluiten