Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WINTERDAG.

De sparren fonkelden van rijp en imiteerden kostelijk kerstboomen.

Een merel feestte mede en hij droeg een zwart-deftig lakensch pak. dat zijig glom.

Over de welvende heuvelen lag de sneeuw gespreid : een weeke deken, waaronder zich hun leden teekenden: onduleus en verheven.

De hemel was puur en getint met mat goud en dof oud zilver, waarop zwervende ganzen fijne, donkere, wremelende lijntjes trokken.

De vogels vlogen hoog boven de bolle, ronde tonen van een dorpsklok, die als kogeltjes van geluid blij-licht gleden door een zee van rust.

De vaarten en vijvers blonken en de rijders waren in de verte dansende en zwierende poppetjes, zóó bewegelijk, zóó bewegelijk en soms klonken hun stemmen als de echo's van vallend metaal... i^'V-ft

Een vrede spon rondom ding en dier zijn broos draad-weefsel en boven de hoeven kringelde blauwige rook, die een spreeuw deed juichen en luid tierelieren.

De berken stonden stil als goede kinderen, die naar ginds staarden, naar ginds ,* en zij wachtten, wijl er veel fonkeling was rondom hun teedere

Sluiten