Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoop en tevredenheid, reeds heden het koninklijke komen van Lente s blinkende wagenen.

Zij beidden en beidden en werden niet ongeduldig, toen in den vroegen avond de zon als een bloedroode munt viel in een gleuf ergens bij de kimmen.

De nacht kwam rondom hen, de lichte nacht en terwijl zij staande sliepen, de tengere voeten in de mollige sneeuw, droomden zij steeds van de wagenen, die straks zeker zouden komen aanrijden met wentelende wielen van glans en goed.

De maan bloeide in de hemelen en haar gloeiing trilde bij het rag der twijgen als een sprookschoon wonder.

Haar teederheid vlijde zich aan het riet der hoevedaken, het stiljuichend groen der dennen, en haar mildheid spreidde zich over de blanke zuiverte der hei, die zóó wijd, zóó wijd was.

En in den nacht — hoe vloeiden alom de klare parelingen van de maan ! — wremelden en zwierden tengere silhouetjes en de silhouetjes waren opgetogen en hun stemgerucht drong door tot mij als brekelijke, getemperde echo's van een tinkelend-vallend metaal.

Sluiten