Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

boomendonkerte verscholen hoeven zwart-massief als een sterk sculptuur gehouwen staan.

Deze vogel behóórt bij de luchten, waarin de wolken tot bergen zijn gestapeld, waar het klare blauw wordt overglansd door een milde, innige zon.

Hij hóórt bij onze temperatuur en onze atmosfeer, die zoo grillig telkens wisselen. Bestond de kievit niet meer, het landschapsbeeld zou geschonden zijn en incompleet.

Ik herinner mij zijn komst duidelijk: de straten en wegen zijn heerlijk hard en een dun schilfertje dekt het vlak der slooten en grachten. Puur is de hemel, zonder eene zwervende wolk; hij koepelt, overstraald van jonge zonnegloed, boven de kalme dorpen, waar in de vroegte het blij gerucht klinkt van gehamerd metaal in de smidse en de tinkelende stemmen van kinderen, dienaar school hollen. Dan, in de vlekkelooze, rimpellooze egaalheid der luchten, verschijnen, eerst hoog en ver, maar allengs naderbij komend, kleine zwarte geagiteerde teekentjes. Allengs verduidelijken en vergrooten deze zich en dan plotseling herken ik ze: de kieviten zijn teruggekeerd.

Dit wonder herhaalt zich telkenjaar en telkenjaar ook ontroert mij hun verschijning, wijl de kievit een vogel is, dien men hef kan hebben. Hij is de weerkeerende blijheid na een periode van bitse vorst en nevels, die de wereld vullen van horizon tot horizon; zijn gerucht is als een vreugde bij deze lage landen aan de zee en zijn wiekslag gonst en giert, als hij onder de blauwen-wit-hemelen zijn fantastische, dolle evoluties als een clown uitvoert. Voor hem breekt straks

Sluiten