Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZWANEN

Indien ge mij vroegt de zwaan te willen karakteriseeren en indien ge mij slechts toestondt te antwoorden met een zeer beperkt aantal woorden, dan zoude ik u het volgend bescheid geven in den trant van een nuchtere definitie: een zwaan is een witte, donzen vijverversiering in den vorm van een vogel. Gij hoort geen enthousiasme in mijn woorden, ik loof en prijs den vogel, waarmede alle beginnende en eenigszins gevorderde poëten hebben gesold, niet in geestdriftige bewoordingen. Want, eerlijk gesproken, ik ben wat verlegen met dezen vogel. Niet dat ik hem leelijk vind, want hij is één witte wolk van dons en er zijn fijn-gebogen rondingen van hals en romp, maar tóch, maar tóch: hij is zoo statig, zoo'n welgedane dame, goed gekleed, goed gevoed, maar met een beetje te weinig karakter. Ik voel in dien vogel een tekort aan bruischende levenslust en ook is hij mij te gelijkmatig; ja ik, die houd van vogels en zelfs sympathiseer met de nuchterste huismusch, vind de zwaan te pitloos, te saai, te loom. Want waarlijk: hij is zoo ijzig deftig en noch de blijde overmoed dér jeugd, wanneer het lente wordt, kent hij, noch de diepe wijsheid, die ge gestyleerde ervaring zoudt kunnen noemen, heeft hij als een rijk bezit verworven.

Sluiten