Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fierheid niet als zoodanig, eerder als een pose, een-doorzichtige geïmiteerde zelfbewustheid, een allure die hij aanneemt om de leegheid van zijn hart en zijn hoofd te maskeeren. En omdat het leeg in hem is, pronkt hij: met de wendingen van zijn hals, met de rondingen van zijn romp en vooral met een matelooze vracht van "meren en dons. Zijn kleeren zijn waarlijk rijk, maar smaak noch fantasie gaven richting aan zijn keuze; geen enkele fijne nuance breekt de karakterlooze eentonigheid van zijn habijt.

„En de spreeuw dan", protesteert gij, „hoe één-kleurig is die!" '

De spreeuw éénkleurig ? Maar dan bezaagt ge dien nooit met genegen nauwkeurigheid: diens veeren zijn overfonkeld en overglansd van vloeiingen en vlietingen en de nuanceeringen zijn wonderlijk-fijn en veel-verscheiden. terwijl er toch in het minst geen sprake is van opzichtigheid....

Ik kon de loftrompet niet blazen ter verheerlijking van den zeer-gevierden zwaan, die drijft m de grachten, de vijvers en de parken, wijl ik geen persoonlijkheid in hem bespeur. Maar ik mag niet onbillijk zijn : soms houd ik van hem. soms schijnt hij goed te willen maken, wat hij heeft bedorven door zijn indolentie è outrance. Maar dan moet hij driftig zijn; plots verkeert dan de deftigheid in heftigheid, dan wordt hij vulcanisch en fel en breekt bij uit de banden van bezadigdheid en conventie. Zie dan, wanneer bij half vliegt, halt loopt, hoe de latente energie in hem een 'uitweg zoekt als een al te lang bedwongen lavastroom. Het water, het willige, weeke water beklapt en bekletst bij dan met sterke wiek en breede zool.

Sluiten