Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

land de licht-looverende beuken naar al wat leefde en liefde en bfoesemde.

De hongerden zongen hun zonnige verrukkingen uit in de welvingen en teedere tinten en zoete roken van fijn-vlinderende bladertjes, die samendrongen tot vlokken en wolken én heuvels van bloei. Het goud vloeide en vloot en golfde geluidloos en spoelde tegen den dijk der cirkelende kim.

En boven de hongerden en boven de juichende roode daken spande strak de hemel: bol en plooiloos kleed van effen fluweel zonder ééne vlek of maal.

En onder den hemel floot een merel en tierelierde een roodborsttapuit en wierp een fazantenhaan een sterk geluid in den heldhaftigen dag; en in de goud-omsidderde bosschen paarden de kuische vogels.

Sluiten