Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE GRUTTO.

Dit is de blije tijd in ons mooie land: het voorjaar, dat fonkelt bij de weien en blikkert en blinkt bij de spiegelende poelen, bij de vlakke plassen.

Dit is de blijheid, die elk jaar weerkeert: dat zonnige, dat wind-frissche, lente-pure leven bij de lage landen aan de zee.

Dan zwerven door de uitgestrekte landen, gelaarsd en gewapend met den polsstok, de eierzoekers : als eenhngen of clubsgewijze spiedend naar den grond, verkennend de vlucht der vogels.

Want een vogeloord par exceuence is ons vaderland, rijk wat de soorten, rijk wat het aantal vertegenwoordigers betreft.

Daar is de vale eend, die tusschen al de ruigte, al het warrig gewas van de wallen zijn groene of vuilgrijze eieren legt.

Daar is de kievit, de dolle, joyeuse tuimelaar, die in zijn dagen van jonge liefde zijn zonnige, bandeloos-uitgelaten jolijt-roep laat klinken.

Daar is de fijne, teedere, haast broze tureluur, wiens eieren bijkans onvindbaar verscholen hggen tusschen de dakgewijze gewelfde grassen....

Daar is de bonte rumoermaker scholekster met zijn fijn-genuanceerde glanzingen van het veerenkleed; daar is de kemphaan, een kittig kijver en

Sluiten