Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

houdt met de eischen, die de praktijk stelt en zijn handelwijze wordt begrijpelijk, als men weet, dat de jonge grutto's, die na enkele weken broedens uit de schaal breken, reeds vrij volwassen zijn en dus, inplaats van hulpbehoevend en afhankelijk in het ongeriefelijke nest te blijven liggen, bijna onmiddellijk na de „geboorte" dit kunnen verlaten.

Een teeder plooien en schikken van pluisjes, veeren en dons, een gewetensvol lijmen en hechten, een wattig voeren enz. zou dan ook niet den minsten zin hebben; want als de broedtijd is afgeloopen, wordt de oncomfortabele, slordige woning verlaten en zoeken ouders en kroost „buitenshuis hun heil en voedsel.

Kan de grutto zijn leven van vroolijk Fransje leiden, zoolang hem de huwelijksche plichten niet binden, kan hij, voordat de broedtijd is begonnen, dollemannen en stoeien en zijn mooien naam aanhoudend onder de breed-gespannen blauw-en-witluchten uitfluiten, zoodra de ernstige tijd aanbreekt, verandert gehéél de vogel. Het vroolijk Fransje, dat houdt van „zwieren en van tierelieren", wordt bezadigd, huisvaderlijk en waakzaam. Vooral waakzaam!

Want de roovers, die het hebben begrepen öf op den nestinhoud öf op het tusschen de grashalmen rondscharrelend kroost, zijn talrijk: het zijn vooral de homo sapiens, die de smakelijke eitjes meedoogenloos raapt en de roek, die de rust van den „Koning der weidevogels" bedreigen.

Er is geen prachtiger, boeiender schouwspel denkbaar dan een luchtgevecht tusschen grutto en roek. Nauwelijks vertoont zich de laatste, of de

Sluiten