Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN VOGEL VAN DEN HERFST.

(Goudpluvier of wilster).

Het is waar. het voorjaar heeft voor den ornitholoog — en den natuurminnaar in het algemeen — zijn bekoring: het leven hernieuwt zich, oude, goede bekenden keeren terug, in de aarde gist het, er openbaart zich een groeidrang en de wereld is vol zonnigheid van allerlei vogellied.

Het contrast is ook zoo groot: na den winter, die het natuurleven intimideerde, na een periode van weinig uiterlijke activiteit en weinig vreugdeom-het-bestaan, „herstelt" weer langzamerhand de natuur zich: er is een instinctief verlangen naar zang en liefde en lichte vreugde, een geneigdheid zich onbekommerd te geven, een behoefte naar uiting, bloei en ontwikkeling.

Wel scherp is de tegenstelling met den herfst: de kievit, de lentevogel bij uitnemendheid, die in het voorjaar over Hollands wijde heien, maar vooral boven de ruime grasgronden den dwaasten clown overtreft, doch, niettegenstaande zijn voortreffelijk tooneelspel door en door natuurlijk blijft als een vroolijk, bandeloos kind, wiekelt mismoedig door de nevels, krijt in de stormige nachten of zit op trieste, troostelooze regendagen, verflenst en fleur-loos, te soezen in de drassige weien.

Sluiten