Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ben pessimist, die in een half jaar tijds zijn •** naar het leek: onverwoestbaar — optimisme als sneeuw voor de zon zag verdwijnen!

Zijn schallende liefdekreten zijn verstomd; al de jubelende, jong-bhje nuances zijn uit zijn stemgeluid verdwenen. Over het algemeen zijn de vogelgeruchten sinds het voorjaar geheel gewijzigd: de geluiden zijn doorgaans in overeenstemming met den aard van het seizoen : verdrietig, klagelijk, weemoedig.

Is er één bewijsje van blijheid merkbaar in den droeven roep van den regenwulp?

En klinkt niet in het overigens zoo puur gefluit van de goudpluvieren een toon door van leed en zorg?

Ja: ik weet, dat er uitzonderingen zijn, dat sommige spreeuwen op zonnige, bronzen herfstdagen fluiten en tuiten, trilleren en tateren, of de zoele lente zóó zal komen, maar toch: regel is, dat het vogellied in den herfst óf zwijgt, óf den invloed ondergaat van het getijde.

Ik noemde den naam goudpluvieren, die gewestelijk — vooral in Friesland — ook dikwijls wilsters worden genoemd; maar als mij gevraagd werd, of deze vogel een specifiek Nederlandsche vogel is, zou het moeilijk zijn zonder uitweidingen met een positief ja of een even zeker neen te antwoorden: want een Nederlandsche broedvogel is hij niet, al wordt hij ten onzent bij tijd en wijle op rustige plekken eierenleggend aangetroffen en al is het bewezen, dat hij in ons land nu en dan zijn kroost grootbrengt. Maar wél is hij een veel voorkomende verschijning in deze lage gewesten met hun poelen en sompen, hun „onland",

7

Sluiten