Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HERFSTNOTTTIE.

De uren zijn verbloeid tot een verflensten, vaten ruiker en nauw geelt op den akker één helle lupine als een boterdroppel.

De hoeven werden grijze heuvels en er is geen vreugd rondom hen van zomer-sterke daden.

Een kar waggelt zwart door de lanen en de mist trekt hem als een magneet in zijn triest en troostloos huis.

De zon kleeft aan den hemel: een lichdooze munt van geolied papier.

De bladerlooze boomen teekenen op de lucht hun zelfportret van allen dag: een overigens feillooze ets, ietwat koel, maar zeer natuurgetrouw.

Treinen kuchen en niezen en de rook boven hun hoofden heeft de kleur van nevel.

Infanteristen tirailleeren op de hei: verre, sluipende poppetjes, die uit hun geweertjes door de mist gedempte, nochtans dure knalletjes schieten.

Bij een hek commandeert een luitenant: geluid geworden sabel + sigaret, dat rebelleert tegen de herfststilte.

Door de kleurloosheid van den hemel zeilen vogels, die met fulpen wieken den schemer rhythmisch op zij duwen, en vanuit doffe dórpen rinkinkt temiddensvan den zwaarmoedigen tijd een fijn-metalen smederij-melodie.

Sluiten