Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een tuin ligt als een neergevallen verhaveloosde zwerver, die na veel joyeuse dagen berust in zijn eentonig leed, dat hij aanvaardt als een natuurverschijnsel.

Van vocht glimmende tuinomheiningen verdeelen de wereld in veel benepen eigendommen en een roek krast tegen de vale misère van den fleurloozen najaarsdag op den top van de ets, die wiegelen gaat, als door een bries bewogen.

Dan vhegt de vogel weg en laat zich annexeeren door de mist.

De wereld wordt stiller en stiller, de smederijmelodie zwijgt, de infanteristen treden aan, er wordt gecommandeerd door een sabel + sigaret en het peleton kronkelt als een grauwe slang naar zijn barakken.

De uren verkwijnen nog meer; maar. o. wonder —: naast mijn woning bloeit een tengere appelboom, die morgen in het plaatselijk dagblad wordt verslagen a f 0,25. Hij laat een rose blaadje vallen, dat terecht komt op de jas van den zwerver, die nu een lintje heeft. Wij beleven democratische tijden....

Sluiten