Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bemand door menschen, van hun jeugd af aan vertrouwd op het water, kennend door en door de wisselingen van weer en wind.

Nergens in ons land kan de natuurminnaar in het algemeen en de vogelminnaar in het bizonder beter te kust en te keur gaan dan in het Friesche land, waar èn de soorten èn de individuen talrijker voorkomen dan in eenige andere Hollandsche localiteit. En onder die vogels is er één, wiens geestige en eigenaardige faits et gestes wel bij uitstek in staat zijn z'n belangstelling te wekken en gaande te houden: ik bedoel den kemphaan, die zijn naam geenszins ten onrechte draagt.

Er zijn van die vogels in de lage landen bij de zee, die de aandacht trekken door hun sterngerucht. Ik denk aan den kievit met zijn gevarieerd, opgetogen geluid, dat boven de weiden juicht, als de lente de liefde wakker roept in zijn hart. Ik denk aan den klaren, melodieusen roep van den langsnavehgen grutto en aan het krachtig tiepiet-tiepiet van den bonten scholekster. Maar des kemphaans stem zult ge niet vernemen in het vogelkoor; hij is een zwijgzame, maar, temperamentvol als hij is, uit hij op een heel oorspronkelijke en heel krachtige wijze wat er in hem omgaat: door het felle gevecht met zijn genooten. Het leven bruischt en borrelt in hem en in den zoeten Mei borrelt en bruischt het uit hem! Als rondom hem de wereld geurt en de klavers groenen en de zon zijn weelde naar her en der werpt als een gouden gave, drijven sterke krachten hem tot de sterke daad. En als werd ergens een sein gegeven, verzamelen zich de strijders op een rustig terrein, van ginds en van nabij komen de com-

Sluiten