Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door hun operatic-terrein; ze hebben, blijkbaar nimmer veel goeds van de menschen ondervonden; ook jegens mij namen zij een van argwaan getuigende houding aan. Maar pas goed kwamen ze in actie, toen een hond de hjn overstak; toen zag ik hun temperament, hun courage, hun verbitterdheid en met verontwaardiging achtervolgden ze het dier, waarbij telkens het wit der staart opblankte en het kort-affe Tjak-tjak! tjak-tjak klonk. Tjak-tjak....

En toen herinnerde ik mij, getuige van dar drift der vogels, die zich bedreigd waanden, dien anderen warmbloedige: den winterkoning, dien in alle seizoenen monteren klant, welke óók zoo spontaan-druk en onbeheerscht kan doen.

Ik mag dien vogel graag en ik weet zijn hed, zijn donzen nest, beide een wonder van geschakeerdheid en vernuft, in het voorjaar en den zomer' te waardeeren en zijn eitjes, een blanke broosheid in het donkere holletje tusschen de zacht-gevoerde wanden, zijn van een kostelijke fijnheid. Maar de winterkoning is bovenal mij hef in het vierde getijde, wanneer de meeste vogels zijn gezworven naar een ver, hun weigenegen land en de barschheid van het seizoen hen niet uitnoodigt hun stemmingen uit te tierelieren in lijnen, in arabesken van geluid. Want ook in den winter lééft hij, leeft hij intens en plotseling, dank zij het tapuiten-getjak, herzie ik den winter, den winter met zijn koning.

Mag ik u het beeld geven? —

De hemel is als een gewelfd kristal, koel en kil.... Een verkleumd windje poogt zich vruchteloos warm te hollen en blaast nijdig, wijl het

Sluiten