Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

held als waren het wonders, openbloeiend in een overdaad van weidsch en wijdend hcht: de wiekslag van een reiger boven een terracotta villa-dak, het zomersch horzelen der vliegmachines met hun oranje borstvkkken. het schorre krok-krok van een fazantenhaan in een ver, massief bosch.

De landsche vrede is nu gaaf en als een lichte boot zeil ik door haar klaarheid en ik laat mij leven en laat mij drijven, werwaarts de wind slechts wil.

Ik word gevoerd langs het eikenhakhout, dat riekt naar looizuur, de sparrengroepen met de gouden eekhoorns, waarvan de pluimstaarten waaieren en angstig de teedere schrikoogen kijken.

Mijn boot leidt mij langs de witte kronkelende wegen, waar, terzij, de dophei bloeit en de witjes wapperen en de blauwe, de bruine, de bronzen, de veeltintige vlinders drijven en de bhjde bijen brommen en zich laten jagen door de dartele lusten van een zoele bries.

Het is de tijd thans der zwellende vruchten, de tijd der manifestaties van aarde 's féconditeit, van uitdijenden wasdom en weelderigen groei. En alom staan in het land thans de bongerdboomen uit te zien naar den kleurigen herfst, het uur van den oogst. Want nu wordt voorbereid de tijd, wanneer de wagens door Hollands wijdheid waggelen, traag en zwaar, hoog getast met de geurige vrachten hooi, die worden gereden in de donkerten der schuren. En straks zullen de vruchten der hongerden worden gezameld tot fleurige, geurige korven en de aarde zal gaven geven in haar eindelooze mildheid.

Bhjde maakt mij welhaast elk simpel ding: een

Sluiten