Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op zachte teenen is de dauw nabij geslopen; zij spint haar melkig spinsel rondom de voeten der berken, zij laat haar draden slieren bij de stille loovers en vüjt zich gedwee en soepel aan de flanken der huizen.

De daad van den dag is dood, het sterke streven is gebluscht, de droom weeft zich om alle vormen. De uren sluimeren als kinderen, moe van 't spel, maar tegen den ochtend wrijft er zich één de oogen en wordt onrustig, omdat de kim kleurt. Het richt zich op, blozend en argloos-naakt, en zwerfsch gezind gaat het wederom door den dag; hem volgen zijn genooten en de uren zweven weder door den zomer, omjoeld door het hcht, omstoven van den wind. Hun teenen zijn veerig en zij dansen en zij spelen en de bloemen bloeien en de vogelhedren bloeien en de kleuren bloeien en mijn hart bloeit, omdat de zomer in de wereld is; bij de ronde welvingen der heuvels en de koeler, deemoediger dellingen.

Sluiten