Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NADERENDE HERFST.

De kleuren van den nazomer-hemel blinken als een uitbundig bloeiend boeket: ik zie het paars van naar ginds en hier gestoven seringen ; er is rafelig purper van een in stukken gereten koningsmantel: er is het helle koper van een luidruchtig instrument, dat slechts zwijgt, wijl zelfs de zefirs slapen bij de kimmen.

De kleuren van den nazomer-hemel wisselen als glansen van een palet of als stroomend, veeltintig water.

Er dwarrelen veeren van den zilverreiger; er vloeien donkerroode droppels saam tot gestold bloed van een jong vechter, die vak zonder één kreet te kunnen slaken.

Zwarte web-lijnen staan geteekend boven een meer, dat cobalt-blauw leende van de vleugelboeg der Vlaamsche gaaien. Zilverige reepen schilferen, alsof een bries woei langs glimmende berkenstammen.

Er verstuift een aigrette van een vrouwenhoed, een sneeuwvlok tuimelt en er hangt uit de ramen der heemlen een groezehg-grijze lomp van een vogelverschrikker....

De lucht heeft honderd kiemen. .,.

Ik voel, dat de zomer langzaam sterven gaat, nu teedere zonneglansen zich vlijen aan de woningflanken, nu inniger de bosschen ruiken.

Sluiten