Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een vegetariër plukte reeds de eerste paddestoelen en de vogelbenten van het hcht getijde zwijgen.

De roep van den goeden koekoek is dood en goudpluvieren floten hun hed van melancholie boven de bloeiende heide....

De rooiende boeren zijn den laatsten oogst begonnen.... In de scheemring ploft zoo dof een rijpe vrucht en eerder branden in de nacht de lichtoogen der hijgende, rommelende treinen.

Ik voel, dat het herfstgetijde langzaam, langzaam komen gaat: ik voel het moment naderen, dat zijn stormen zullen rukken aan de massieve rust van den ontróerend-stillen dag ....

De boomen staan strak, maar weldra strekt de wind zijn magere handen uit, harkt met zijn ijle croupier-vingers het brons en goud der blaren naar zich toe en stapelt zijn buit hoog in een onbewogen hoek.

De sloot, die den nazomer scheidt van den herfst, is slechts een steenworp breed.... Ik ruik reeds de geuren van het derde getijde en luister naar den roep van den reiger, die door de vale luchten roeit en weldra verandert in een stukje scheemring, dat krijscht en krast.

Sluiten