Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MEI IS IN HET LAND.

De wereld lééft en het hcht is alom tegenwoordig. Zijn goud golft en siddert boven de heiden, waar de beuken rijen: pijlers van groengrijs hout. hard en soliede als metalen zuilen en daarboven wuiven de loovers, die flonkeren en vlammen: de bolle, groen-gele kruinen staan als heuvels in het Meische land geheven. En rondom hun kracht en struische héérlijkheid is de lach en de schatering der kleurige spechten, het teeder koeren der blauw-vale houtduiven en het tierelierend hed der vinken.

De vogels leven. De wereld wordt schoon door hun gebaar, hun hed. door al hun faits et gestes. Als de ochtend nauw geboren is en nog de dauw wolkt rondom de boomen en de bouwselen der menschen, werpen zij hun ranke leden als rappe zwemmers in de zee-wijde lucht. De zwaluwen zwieren en zwerven, zwaaien en waaien, glijden en glippen door de parelende ruimten van het open, jonge jaar en evolueeren boven de versche berkeloovers, de boter-gele brem en de jasmijnige bloem der aardbeziën. De koekoek roept, zijn kreet ontroert en wekt herinneringen aan voor het eerst in het leven openbloeiende liefde. En in een houtmijt broedt de winterkoning; ik zag zijn nest als een broos geheim, een teeder geworden wonder, een daad van liefde, ijver en genegenheid

11

Sluiten