Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der honderden vogels, die zwierden door al dien overdaad van glans, joelden boven de weien en hun uitbundigheid als juichende gaven strooiden naar links en rechts: kwistige koningen, die de liefde gul maakte.

Het vlijmend ploegmes vocht met de starheid van den taaien bodem en op en neer, heen en weer, hepen de statige paarden en hun spieren spanden en de adem van hun neuzen en de damp van hun lijven waren als fijne wolken rook in den kostelijken dag.

Alom werd het zaad gestrooid op de wijde, wachtende akkers en de gebaren der boeren zag ik als die van testamentische mannen.

De knoppen der perelaren zwollen, in de ruigte der luwe wallen wekte een zonnevlam de trage adders en bij de hoeven kraaiden fonkelende hanen de hongerden vol victorieus, klaar-schaterend geluid.

De hemel bloeide, de aarde bloeide, de wateren bloeiden: héél de wereld bloeide van kim tot kim en een leeuwerik hief zich uit de warrigheid der hei. Hij klom en klom; hij zong en zong; zijn tierelierend hed was een fijne jubel, die door drong tot het blauw fluweel en de weeke wolkenstapelingen van Hollands luchten. Hij zong en zong; hij daalde en daalde en het tenslotte zich weer vallen in het geurig bed der hei. Maar als zijn hed gebluscht werd. ontvonkte de zang van zijn genooten en heel den dag juichten de leeuweriken, dicht bij de bruine hoeven, dicht bij de terra-cotta daken der rustige dorpen.

En andere vogels herwonnen de vreugde en zongen die uit en schreeuwden die uit en riepen

Sluiten