Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze doen me steeds denken aan een categorie dames, wier naam ik niet zal noemen, (ge zoudt blozen), maar dien ge toch wel kunt afleiden van een Fransch verbum, dat ge u nog herinnert uit uw jeugd, toen ge het vreemde woord voor handhaven moest vervoegen. Ge vergeeft me ?

Zie, dat waren veel teederder en heerlijker vogels, die daar trip-trapten tusschen de oevervegetatie en voortschuifelden in den lekker-zwarten, venigen bodem: geestige kemphaantjes, die deden, of ze elkander fel haatten en die vechtallures aannamen, alsof zóó de bataille zou beginnen, glanzende, gekuifde kieviten en een tureluur, die, broos en rank van leden, stond te peinzen op zijn brekehjke bloemstengel-pootjes. En ook zag ik er een broedende meeuw, corpulent ietwat, maar hoe oneindig veel beschaafder zag hij er nochtans uit dan de welgedane papegaaien of kakatoes! De Hoilandsche vogel was er: de ooievaar en in zijn nest verhief zich een heel klein wondertje: een jong, misschien nauwelijks grooter, allicht nog kleiner, dan een grutto.

Ik houd van Artis, omdat in een betrekkelijk bescheiden bestek, de wonderen der natuur, zooals deze in geheel de wereld tot uiting komen, zijn samengebracht en men op rustige wijze er studies kan maken, al spreekt het vanzelf, dat door het gebonden leven de activiteit der dieren niet intact is gebleven. Er is ook veel triestheid en wanhopigheid binnen de beslotenheid van trahes en muren. Ik kan het niet bewijzen, maar voel het zoo aan. Ik zie nu, ver van Artis, vooral de droeve apen; dierwordingen van het leed en de met moeite verworven berusting. Als oude kereltjes

Sluiten