Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voortduring, opdat niet de dood hen overrompele.

De wederzijdsche verdelging in de natuur is bijkans grenzenloos en haar wreedheid kent geen mate. De kat, die u des ochtends, wanneer ge haar loslaat uit het schuurtje, waarin ze heel den nacht was opgesloten, vleielijk aanhaalt en enthousiast kopjes geeft, de kat, die na op de tafelpunt te hebben gezeten als een wijs sculptuurtje, ontroerend vredig, gaat zwerven door de hei, haakten passant een zwierigen glazemaker, die feestte in het zomersch hcht, aan zijn nagels, verorbert met toegenepen oogen het insect en kuiert dan gemoedelijk naar het buntveld, waar in den grond de aardige muizen zitten verscholen. Maar één der diertjes wil zich verdiverdeeren in het zoele hcht, het voelt plots iets bits haken in het dekentje van zijn rug en het weet: de dood is nabij en het piept, omdat het vinnige knauwtje schrijnt en hij nog graag, zoo bitter graag zou willen blijven leven, want, och, het leven, met al zijn ellende en angst en leed, is zoo goed en hij heeft maar één leven! De kat met zijn snorren draagt als een dwaze moustache een muisje met snorren en teedere oogen en teedere voetjes en heel veel meer teederheden in den bek en trippelt op een holletje naar huis. En nu begint het spel, het wrange, martelend-wreede spel 1

De kat neemt het muisje in z'n ronde knuisten, gaat als een kangoeroe op z'n achterpooten staan en gooit het dier als een fiuweelen bal omhoog. Het muisje valt neer op het grasveld, poes keert zich om en laat zich door de zon koesteren. Nu moet het allicht gewonde muisje een vreugd doorvlagen, omdat de Dood hem ongemoeid wil laten ;

Sluiten