Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het schuifelt weg, de vrijheid tegemoet, maar plots in zijn rug herkeert de schrijning van nagels en tanden! En telkens gaat de vrees van de muis uit tot den dreigsch-gezinden dood en zijn hoop tot de redding, tot de vrijheid, wanneer de kat hem schijnt te zullen laten loopen. Maar de hoop verbleekt ten slotte geheel en de sterke, brute, dik-kakige kattekop vermorzelt, na minutenlange, aarts-verfijnde martelingen, eindelijk het muisje, dat zich nooit meer zal kunnen verdiverdeeren in den geurigen zomer onder den grooten, bloeienden hemel.

Zelfs planten met al haar uiterlijke passiviteit en uiterlijke afhankelijkheid zijn bijwijlen toegerust met organen, die op wreed-actieve, verraderlijke, tersluiksche wijze dieren lokken.

Kent ge heidestreken, waar ondoordringbare bodemlagen het hemelwater maar noode toestaan in den grond zich te verspreiden, zoodat tot nog ver in het voorjaar en den zomer het heidevlak er vochtig is? De dopheide kunt ge er tegenwoordig weer bloeiend aantreffen, maar ook een heel bescheiden, oogenschijnlijk goedmoedig plantje: de zonnedauw, de drossera intermedia of rotundifolia, die echter geen vegetariër is, maar een veel voorkomende „insectivorous plant." Toegerust zijn deze carnivoren met een verraderlijke inrichting : kleverig vocht afscheidende klierharen, die het insect lokken, hem vasthouden met de grijpende, krommende, het slachtoffer omsluitende, venijnigdunne haarvingertjes. En dan begint het verteeringsproces; het gevangen dier wordt uitgezogen, in eiwithoudende voedingsstoffen omgezet en als een trieste rest blijft over de harde chitinehuid.

1

Sluiten