Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JULI.

Al zijn tot nu toe de Julidagen niet blond als zonnige kinderen en al waaien de winden niet rond en bol door zachte zoelte eener paradijzig verklaarde wereld, de uren hebben niettemin hun charmen en wonder-fijne teederheden. Nog fonkelen als roode, geelgespikkelde tea-cosies tusschen de weelde van groen, oud blad en de jeugdiger verschheid der enthousiaste uidoopers de vruchten der aardbeien, die het heerlijkst zijn, niet wanneer ge, wijl ge veel aan hygiëne doet, ze wascht na ze van de fruitvrouw te hebben gekocht, maar ze plukt en eet, warm gestoofd door 't zomersch hcht, an Ort und Stelle.

De peren en appels zwellen belovend, al doet de langdurige droogte der afgeloopen maanden zich nog geducht gelden, zoodat het jonge fruit te vroegtijdig afvalt: ge kunt er nochtans uw geit een groot genoegen mee doen, die ze gaarne met zijn fulpen bek aanvaardt en ze tot een sappig moesje kraakt.

Maar de frambozenstruiken, die nauw merkbaar de vorige maand bloeiden — de kroontjes zijn als heel dof zilver — beginnen u thans uit te noodigen en al hebt ge in April veel dood oud hout verwijderd, zooveel, dat ge uw dessert bedreigt achtte, ge merkt nu, dat het dunnen de

Sluiten