Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opbrengst niet in gevaar heeft gebracht: overal blmken de roode kussentjes u tegemoet. Alweer' Ce* Zt .tCr P1*3^ en speur niet angstvallig naar wit knelende wormpjes in het hart der vrucht Langs, de spoorwegen is het nu één warrighéid van blad en bloem der bramen, die. als thans de boschbessen, de kinderen over een maand of wat zullen loldcen uit de hoeven en huizen voor de zamehng Ook de stedelingen zullen komen en dank zij het doornig verzet der struweelen, zullen ze gelukkig althans deze planten niet op onredelttke en redelooze wijze meetorschen van uit haar miheu naar de stad. waar de aschemmers zooveel verlepte Meische brem hebben geborgen.

Al is het weer weinig welgezind, de hooioogst is alom ra vollen gang : de tikkende maaimachines hebben in net^gerijde zwaden de grassen op den bodem neergevlijd en wanneer de zon haar plicht vervult en het gemaaide doet rijpen tot geurig hooi, waarvan de zoetrokigheid tot u overwaait jn de treracoupé, zult ge weldra weer getuige kunnen zijn van den oogst: het keeren der gemaaide grassneden, het schudden met hark of machrae. het samenzwelen tot blonde rollen en oppers, het te hoop drijven tot rijzige rooken. die als rustige heuvels, als formidabele gele bijenkorven ra den avond komen te staan, de voeten, de leden ten halven wege, omspoeld door de nadershupende, geruischlooze dauw.

Het is dwaas het modernisme te keeren, de wonderen der techniek te weeren uit de weiden maar toch de machines, waarvan het geluid soms zoo doet denken aan dat der mitrailleuses, hebben poëzie verdrongen uit het landsche gebied, waar-

Sluiten