Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

losbreken van het onweer het hooi in de schuren trachten te rijden.

Nu, na een half uur, is het oogenblik aangebroken voor den miereneieren-zoeker : hij heft de heiplaggen stuk voor stuk op en onder alle zoden blinken hem de korrels tegemoet, die hij zonder moeite, zonder tijdverhes en zonder gestoken te worden, kan verzamelen.

Waarlijk, er schuilt iets ontzettend wreeds in dit bedrijf van menschelijk vernuft: de mieren, eerst ten diepste ontdaan, onthutst, omdat èn hun geest èn hun woning-samenstel volkomen zijn gebouleverseerd, herwinnen hun hoop, wanneer ze de raadselachtige donkerte van den zak verwisselen met het veiliger en hun vertrouwder vlak der egale hei. Zij probeeren dan te redden, wat er te redden valt: hun verstand (alweer: hun instinct, zoo ge wilt) geeft hun feillooze aanwijzingen; zij overzien den toestand, beseffen, dat verhes van eieren beteekent: het niet-voortbestaan der soort en dan begint de martelende inspanning: de broze last onder dak brengen. Maar naar waar ? Hoe dient hun het geluk! Overal zien ze plaggen: die kunnen worden gebruikt voor dekking : zoo'n ervaring moet voor hen een vreugde zijn, die den moed aanwakkert, die hen prikkelt tot nog meer ijver. En als zwarte mannetjes met meelzakken waggelen en scharrelen ze over de afgeplagde hei; ze hopen de soort in stand te houden: het eierenaantal wast onder iedere plag : er hggen tientallen, twintigtallen onder de veilige donkerte van het dak. Veilige donkerte? Plots valt op de rijstkorrels -- heeft een kind, dat boodschappen moest doen, onderweg gemorst ? —

Sluiten