Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en geslagenen des levens, de veriatenen en verlorenen, die, instinctief gedreven, zoeken en tasten naar den vrede der gave landsche rust en zelfs de caricatuur er van liefhebben met een tot schreiens toe hartstochtelijke innigheid, omdat het park-surrogaat, hoe respectabel overigens als vervanging der natuur, hen toch nog éven doet blikken in de oogen der moeder, wier stem zij hooren als een verkleurde, maar duizend herinneringen wekkende, echo.

Niet straffeloos •— dit gevoelen dringt zacht-aan door tot de verste schuilsteê van ons bewustzijn — konden wij breken met onze natuurlijke genegenheden en ballingen, die wij zijn, doorvlijmen pijnen ons in het land onzer vreemdelingschap en straks allicht, wanneer de verlangens gaan rijpen tot een vaster willen, die worden kan tot een sterke daad, volstrekt zich de uittocht uit de overbevolkte en nerveuze steden, de exodus naar het land, de hereeniging met de moeder, die ver was, maar toch haar uitnoodigende boden zond naar de steden : een verwaaide schilfer van een vogellied, de zoetrokigheid van een bloem, een wolkenstapeling, de geur van rijpend hooi, de blanke dwarreling van een zwervende zaadpluis.

De hefde voor de natuur wordt inniger; het inzicht is geboren, dat het met-luisteren naar de met klem roepende stem, pijnen zal brengen, die, vruchtbaar, nieuwe pijnen en nooden zullen verwekken. Als enkelingen zullen ze gaan allicht, met velen later misschien, terug tot de landsche ruimten: naar de hongerden, die de Hollandsche winden hebben schuin gewaaid, naar de akkers met de ploegen, de dampende paarden, strak

Sluiten