Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SINT MAARTEN.

De avond komt vroeg bij de vervaalde landen, waar de hoeven zwijgend liggen : massieve klippen in de zee der grauwe weiden. Het laatste blad der boomen is verstoven en koeler rimpelen de vaarten. De olmen staan strak en donker-lijnig tegen de lucht en het dorp zit langs den weg als een oud, gebogen vrouwtje.

Dan wemelt een lichtje op een zijpad, dat van een eenzame hoeve leidt naar den grooten weg; een lampion, die langs den grond schijnt te zweven. En nóg een hcht danst en wiegelt in den avond, die nauw bewogen wordt door een bedeesde bries. De duisternis wordt plots wonderlijk geïllumineerd : van alle puinweggetjes, van alle paadjes, die kronkelen van en naar de boerenhuizen, uit sloppen en stegen, van overal komen de glanzen aangedwarreld; zijn het roode en gele vlinders; zijn het fonkelende, flonkerende sterren; zijn het exotisch-gekleurde vogels?

Het dorp begint te leven : kleur en fleur brengen een fijn-verrassenden toover in de toonloosheid van den allengs tot nacht geworden schemer, waar een dorpslantaarn een poover drkelvlak tracht te verhelderen.

En mèt het licht is gekomen vertier van opgetogen stemmen ; meidekens en knapen babbelen

Sluiten