Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en haar man, Claude van Mangarny, zijn dochter Aagje en haar drie speelnootjes Jetje Robbrechts, Antje Fyck Dircks en Camietje Arckenbont, en de twee vrienden van Cornelius Lodewijk Arckenbout en Allert Ruys a Holy, alsmede de vriend van den Raad, de vriend van allen, Hero Hesseling, — het zomer-gezelschap zat in den ruimen koepel, en genoot van den stil-schoonen vroegJuli-avond. Wijd breidde zich om den koepel heen de tuin met het hoog-opgaand geboomte van zware eiken en beuken, terwijl dichter bij het huis de open bloemenrijke aanleg kleurde der zorgvuldig gerangschikte weelderige perken, en de rijen der slank-stammige, bloeiend-geurige rozen.

— Je moet vertellen, je komt er niet af, zei Claude van Mangarny, met een spottend glimlachje om den mooi-gevormden mond. Claude benijdde zijn zwager den opgang, dien deze bjj de jonge meisjes maakte, en hjj kon er zich nog maar steeds niet in schikken, dat hij door zijn huwelijk opeens in zoo'n geheel andere positie was gekomen. De trouwe boemelvriend van Cornelius, die evenals deze het enfant chéri der dames was geweest, voelde zich verongelukt, als hij Cornelius het middelpunt zag\ van een vroolijken kring, terwgl zijn complimenten en avances met ontwijken, soms zelfs met wantrouwen werden beantwoord.

Het lag volstrekt niet in Cornelius' natuur, om zich lang te laten bidden, daar hg graag aller aandacht op zich gevestigd zag en wist een gezellig verteller te zijn.

Sluiten