Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 't Is negen jaar geleden, zei hij, in 1811, ik was toen pas zestien. Ik was bij de ontvangst van de Keizer en de Keizerin tegenwoordig, en bewonderde Vaders toespraak, hij kan heel goed spreken, Vader, — dit tnsschen twee haakjes, — Vader was dat jaar burgemeester, hij had bij 't loten van de raadsleden 't hoogste nummer getroffen, — en tóen al merkte de Keizer me op, hij liet zich aan me voorstellen...

— Hihihi, gichelde Camietje Arckenbout.

— ... hif liet mij aan zich voorstellen, verbeterde Cornelius.

— Je moet niet denken, dat 't 'n grapje was, hij verbeeldt zich heusch in z'n herinnering, dat de Keizer zich aan hèm heeft laten voorstellen, insinueerde Claude. Hij zei het, alsof bij schertste, maar Jetje Robbrechts voelde de scherpte in zijn toon, en verwonderde er zich over, dat Cornelius dit niet bemerkte, of er althans niet om scheen te geven. Die lachte alleen maar even en ging voort:

— De Keizerin wou absoluut zwart-zijden kousen hebben, die in heel Nederland niet te krijgen waren, vanwege 't Continentale Stelsel...

— En vanwege de Engelsche blokkade, viel de Raad in.

— 'n Heel begrijpelijke represaille-maatregel van Engeland, zei Hero Hesseling.

De Raad maakte een gebaar met de hand: laten we daar niet over twisten, en gaf met een wenk zgn zoon verlof om verder te gaan.

— Ik heb twaalf paar gesmokkeld, zei Cornelius, nog schik hebbend bij de herinnering, en ik ging

Sluiten