Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zag in haar donkerrood jnrkje, rap zich reppend van de catechisatie naar hnis... dadelijk was hij haar nageloopen, en had haar aangesproken, en nog vele malen daarna had hij haar opgewacht, en was hi j met haar een straatje-om gegaan ... En het naïeve kind had hem in allerliefste openhartigheid alles verteld; hoe zg heette, en waar zij woonde, en dat haar Vader beambte was aan 's-Lands Werf, en dat zij Katholiek waren, en hoeveel broertjes en zusjes zij had ... Ongelukkig genoeg was zij ook door Claude opgemerkt; natuurlijk! had Claude niet een even fijnen speurzin in dit opzicht als hij? . . .

Maar Claude was getrouwd ...

Met een lachje van triomf keek hij naar zijn zwager; daardoor, na de enkele seconden, dat hij zich voor zijn omgeving had afgezonderd, weer ontwakend tot het volle besef van de werkelijkheid. Hij had het gevoel, of hij langen tijd was weg-geweest, maar zijn absentie van geest kon toch maar heel kort hebben geduurd, want zie, Jetje Robbrechts, die juist vóór hij de hand voor zgn oogen legde, den inhoud van haar Saksisch porceleinen naaldenkoker had uitgestort, om een naald, die zij noodig had, te zoeken, had er nü eerst een gevonden ...

— Wat maak je daar toch, Jetje? vroeg:hg, zich over de tafel heen naar haar toe-buigend, wordt 't iets moois?

Het meisje werd weer rood, totdat zelfs haar fijne oortjes bloosden, en in haar verlegenheid liet zg* hem haar handwerk zien, terwijl het juist

Sluiten