Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wèl gemaakt. Maar het was hem een groote smart te moeten bemerken, dat de wilde natuur van Johanna in zjjn zoon was gevaren, en dat alleen zijn beide dochters zijn kalm, bezadigd karakter hadden geërfd. Al spoedig had hij begrepen, dat Cornelius nooit in zijn voetstappen zou treden, dat hij alle hoop moest opgeven, zijn zoon ooit onder de bestuurderen der stad te zien. Cornelius had geen hersens voor politiek, Cornelius had geen hart voor het vak van fabrikant, — het was hem dan ook steeds een reden tot angstige bezorgdheid, als hij er over kwam te denken, hoe het, na zijn dood, met het beheer van hun kruitmolen moest gaan, — Cornelius had geen hoofd voor de studie... dokter, advocaat, noch dominé had hij willen worden... o, de jongen baarde hem veel verdriet. Kwaad had 't zijn zoon gedaan, reeds als kind te weten, dat hij een rijkeluiszoontje was van aanzienlijken stand; dat had hem die hoovaardij, die zelfzucht, die begeerlijkheid in de ziel gebracht en ook de verbeelding, dat hij alles behoorde te krijgen, waarop hjj zijn zinnen zette. En zijn strenge opvoedingssysteem had juist den tegenovergestelden invloed gehad; het is waar, zijn vrouw werkte niet mee, eer veelal tegen, onder de bewering, dat zij Cornelius zooveel beter „begreep" dan hjj. Och! begrijpen deed hjj zjjn zoon volkomen, —■ maar dat stemde hem niet gelukkiger...

Ook de Fransche tijd had aan de ontwikkeling van Cornelius geen goed gedaan. Deze bracht

Sluiten