Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo warm in de koepel, waarop de heele dag de zon heeft gebrand.

— Misschien doet dan 'n wandelingetje langs de vijver je goed. Hero, wil jij wellicht m'n vrouw begeleiden?

Met een hoffelijke buiging bood Hero Hesseling zijn arm aan de vrouw van zijn vriend. Langzaam verwijderden zij zich van den koepel door de laan van hooge Canadeesche populieren. De Raad blikte hen na, en overpeinsde tevreden, dat Johanna, zoo vaak wispelturig en vol van onberekenbare grillen, nooit iets gehad had tegen zijn vriendschap voor Hero Hesseling. O, had hjj, om haar niet moeten breken met Walter van Laersum, met Hugo Meerman, met... Op den een had zij dit aan te merken, op den ander dat... maar Hero scheen genade bij haar te hebben gevonden ...

Zwijgend wandelde Johanna naast Hero voort, totdat zjj den vijver hadden bereikt. Daar zetten zij ,zich neer op de geel-geschilderde bank, en Hero boog zich voorover om Johanna in het gelaat te kunnen zien:

— Bèn je wat zenuwachtig, chérie?

— Ja! barstte zij uit, gedempt-hartstochtelijk. O! hoorde je niet, wat die jongen heeft gedurfd in die improvisatie? Hóórde je niet, dat hij sprak van een „donk're blik", die „den zeeman zoet een schrik" was? En ben ik niet de eenige, die donkere oogen heeft, en ben jg niet de eenige, die 'n „zeeman" kan worden genoemd?

— 0! o!... zei hjj, liefete... ben je nu niet

Sluiten