Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de borst stuit, dat 't me telkens 'n groote zelfoverwinning kost, om hier te komen als vriend? Ook ik heb 'n afkeer van huichelen en veinzen... en... ik wil, o, ik wil je bij me hebben ... als mijn vrouw ...

Zij snikte even, heftig, kort.

— 't Kan niet, zei ze, zich onmiddellijk weer beheerschend. En je wéét, dat 't niet kan. Ik mag, uit zelfzucht...

— Uit liefde, zei hij met nadruk.

— Zoekt liefde niet altijd zichzelf?. Ik mag m'n kinderen niet ongelukkig maken, — en ik mag niet zoo roekeloos van Everden's leven bederven.

Hij nam zijn arm van haar weg met een zucht. Hij wist, dat het nutteloos was, er bij haar op aan te dringen, dat zij alles opgaf, terwille van hem. En hij wist tegelijk, dat de strijd tusschen willen en mogen haar diep ongelukkig maakte. Van Everden's leven bederven... zij zou dat doen, als zij een scheiding doorzette. De geijkte ^randAommezouzich onherstelbaar geschandaliseerd achten, en dezen slag misschien niet overleven... En haar dochters ... de preutsche oudste... de kinderlijk-onschuldige jongste... ook zij zouden getroffen worden op een wijze, die hun het geheele leven bij-blijven zou ... Het kon met, en toch ... ook hèm was zijn positie ondragelijk... en soms kwam het in stormende drift in hem op: 0! weg-gaan! haar nooit meer zien, die mijn ellende, mijn wanhoop, mijn liefde, mijn alles is ...

Sluiten