Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Johanna keek hem aan, met oogen, die nog donker schitterden van den glans der tranen, en op zijn expressief gezicht zag zij zgn gedachte. En even, licht, legde zij haar hand op de zijne.

— Hero ... zei ze, met haar vleiend-buigzame stem, haar welluidende stem, die als een liefkoozing was, zal je niet weg-gaan van me, zal je nooit van me weg-gaan ? Ik kan je immers niet missen...

Hij sidderde innerlijk van een ontroering, die hij niet durfde toonen, en hij boog zijn hoofd, en wendde het af. Machteloos moest hij zich onderwerpen aan den laffen wil van het lot, terwijl hij er met ontembaren hartstocht naar verlangde, zijn geluk te veroveren. Zij beiden waren sterk en gezond, zij beiden hadden elkander lief... en toch moesten zij hier naast elkander zitten als onverschilligen, terwijl zij elkander hef hadden met een wilde en blinde liefde ...

De zomeravond was stil en helder. Met den slanken hals gebogen en den kop in de veeren gedoken, sliepen op het kalm-zwarte water de zwanen. Tusschen het hooge riet aan den vijveroever bloeiden de paarse irissen, statig en rank. Een vogel sloeg zijn vroeg-avondzang in klare, snelle tonen ... was het de grauwe lijster... was het de nachtegaal... ? Met den lichten bries kwamen de geuren mee der zwoele heliotropen... en donkerder werd het groen der lage struiken, en dieper, fluweeliger het schaduw-zwart onder de hooge boomen. Aan den hemel verijlde het karmijnen rood tot mauve en grijs, en breede strepen geel vloeiden langzaam uit in mollig,

Sluiten