Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

roomig wit. Het was een avond om gelukkig te zijn. Om niets te weten, niets te voelen dan het geluk ... het geluk van te leven ... het geluk van de liefde ...

En even liet Johanna zich bekoren door de stilte, de goede, weldoende stilte, waarin zij beiden tezamen waren in de innigste zielsharmonie. Even stemde haar de dichte nabijheid van den geliefden man volkomen gelukkig.... en genoot haar spontaan, voor indrukken zoo vatbaar temperament het door al haar aderen kloppend geluk v&u te leven ...

Eén oogenblik maar. Toen viel de zware druk van bitterheid en onbevredigdheid weer kwellend op haar neer. O! vrij zijn! over haar leven beschikken naar eigen wil en welbehagen! vrij! vrij!

Zij stond op. Zij kon het niet meer uithouden met hem alleen te zjjn, en niet te klagen, te schreien, haar opstand uit te krijten... hem niet te kussen, totdat er geen droefheid, geen angst, geen twijfel meer zou bestaan ...

Terwijl hij nog zat, greep hij haar hand, en blikte tot haar op:

— Johanna... zeide hij. Zij schudde het hoofd, zij zag hem niet aan, terwijl zij weigerde wat hij haar vroeg. In een behoefte om hem te kwellen, om zichzelve te kwellen, nu toch alles zoo ellendig was, zoo vernederend, zoo leelijk, schudde zij het hoofd in stugge koppigheid, en klemde de lippen opeen.

Hij legde zijn wang tegen haar hand, die hij vast bleef houden.

Sluiten