Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ia den koepel brandde reeds de groote, zeshoekige, rijk met koper bewerkte, groen:glazen lantaarn, en een vierkant lichtvak lag voor de open denr op het pad.

Én toen Johanna met Aagje binnen-ging, bukte Hero zich neer in het donker, en nam ongemerkt op, het takje vernielde jasmijnen.

Hij. voelde in zijn hand de vochtige koelte der gekneusde bloemen ... en het was hem lief, dat zij in plotselinge drift het takje in haar nerveuse vingers had verplet en weg-geworpen...

Op de tafel in den koepel stond het groote zilveren blad gereed met de lang-gehalsdeflesschen Marcobrunner, en de holle, bobbelvoetige Rijnwijn-glazen, met de attributen en het wapen van van Everden, en, tusschen de in het glas gebrande gekleurde witte en roode linten, de spreuk:

Vive toujours la maison van Everden.

Cornelius was bezig de flesschen open te trekken; hij was druk aan 't woord; en terwjjl het zachtgroene licht het gezicht van zijn Vader vervaalde en de trekken der anderen onnatuurlijk bleek deed schijnen, had zijn opgewekt gelaat niets van het gezonde rood verloren. En terwijl hij daar zoo stond, als het onwillekeurig middelpunt van den kring, voelde Johanna het met diepe overtuiging, dat hij, hjj-alleen, haar dierbare, lieve zoon, van alle aanwezigen de éénige zou zijn, die haar niet onbarmhartig en hard veroordeelen zou, als... hjj wist... dat zijn Moeder...

Maar onmiddellijk werd haar geest opgenomen

Sluiten