Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in het woelig gesprek; zij hoorde, hoe Allert benijdend maar toch ongeloovig riep:

— Krijg jij Aechtenskerke?!... hoe Claude schamperde:

— Hij is nu eenmaal 'n geluksvogel! hoe Antje met interesse zachtjes vroeg:

— Aechtenskerke...? en hoe Keetje er bjj Cornelius op aandrong het verhaal van de schenking te doen.

Cornelius schonk de glazen vol, hij hief het zijne omhoog, en riep:

— Op de gezondheid van Nicht Woutera! zij leve!

En toen begon hij vol animo zijn verhaal:

— Een paar maanden geleden zat ik in de diligence naar 's-Gravenhage; daar stapt op 't laatste oogenblik 'n sujet in waarvan ik dacht; nu, die moesten ze nou eigenlijk niet hoeven toe te laten, en 'n aardig nufje sprak mijn gedachte hard-op uit. Ik schoof zooveel mogelijk op zij, want 't sujet had naast mij plaats-genomen, en ik verbeeldde me 'n vreeselijke drank- en armoe-lucht te ruiken. Hjj droeg 'n afgedragen blauwe rok, door éen van z'n stoffen schoenen kwam z'n bloote wreef... z'n stropdas, ik verbaasde me, hem nog 'n stropdas te zien dragen, was uitgerafeld ... maar evenwel... hagelwit. Ook zag ik, dat z'n handen zeer goed verzorgd waren, wat weinig in overeenstemming was met z'n wild, ongeschoren struikrooversgezicht. Hoe 't zij, de man boezemde me belangstelling in; ik zag in hem 'n achteruit-gegaan fatsoenlijk

Het gevleugelde Wiel. ï 3

Sluiten