Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lodewijk Arckenbout nam afscheid met zijn zusje, en Cornelius schikte met verliefd-langzame vingers den capuchon om Camietjes blozend gezichtje; Hero Hesseling, Claude en Keetje, en Jetje Robbrechts waren de zomergasten van Huize Rust en Lust, en Antje verwachtte, dat Allert haar even thuis zou brengen, maar Cornelius kondigde aan, dat hij haar óok vergezellen zou.

Tusschen Cornelius en Allert wandelde zjj naar den uitgang. Cornelius was Allert natuurlijk vóór geweest, en had Antjes hand op zgn arm gelegd, maar hij voelde duidelijk in de slanke buiging van haar arm een strakheid, een weerstreving, die hem deed denken: „O, Antje, Antje, kind, dat je toch zoo weinig je zelf durft zijn. Niet te veel beloven aan den eenen kant, niet te veel beloven aan den anderen kant... dan kan je immers altijd nog zien, wat je doet? Nu ben je weer een beetje gepikeerd om mijn spel met het aardige Camietje... En toen Allert wat bits hem vroeg:

— Waarom ben je eigenlijk mee-gegaan, Cornelius, dat was toch heelemaal niet noodig geweest? dacht hjj: wacht maar, ik zal je straffen, Antje! en hjj zei:

— Waarom? ik wil 't je wel vertellen, maar verklap me niet. Om aan Vader's bijbel-lezen te ontkomen. Die staat dan voor z'n lessenaar, totdat je ziet, dat hem de knieën van vermoeidheid knikken, maar uitscheiden zal hij niet, vóór 't kapittel behoorlijk ten einde is.

— O, zei Allert, als verschrikt, en o! zei

Sluiten