Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Kom, vrouwtje, waar blijf je nu... prevelde hij, hoe later je komt, hoe korter we maar bij elkaar kunnen blijven ...

Hij stond even stil, en staarde naar het Maasgezicht, waar statig de hooge rompen der wereldbevarende zeilschepen, de kleinere vrachtschepen en sloepen verdonkerden. De hooge masten met het lijnig gestreep ven het touw-werk silhouetteerden zich zwart en fijn als met Oost-Indischen inkt getrokken, tegen het teedere grijs van de lucht, die zich stil-aan verdonkerde tot blauw en kobalt-blauw.

Een gevoel van triomfantelijken trots beving Cornelius; hij voelde zijn hart van Rotterdammer kloppen van voldoening, als hij bedacht, hoe de handel, die tijdens de Fransche overheersching haast geheel stil had gelegen, zich had hersteld, bijna onmiddellijk, nadat de nationale onafhankelijkheid door het volk was heroverd. Het aantal schepen, die de havens binnen-vielen, steeg van jaar tot jaar; en was het eerst tot bijna een tiende verminderd, er waren er dit jaar alleen al over de twaalfhonderd binnen-gekomen.

Den vorigen middag had een der aanzienlijkste reeders, hun vriend Hesseling, een schip van stapel laten loopen, en aan zijn Moeder de gunst gevraagd het schip te doopen en den kabel door te snijden. De plechtigheid was door hen allen bij-gewoond, en temidden der vele gasten had zjjn Moeder zoo jong en charmant er uit gezien, in haar hoog-gesloten jacquet met lange mouwen van een mooie Reynolds-blauwe kleur op een

Sluiten