Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onrust van haar man, en zij schrok. Zou dat de waarheid zijn, dat de regenten-zoon de onschuld van het kind had misbruikt, en nu met een smoesje zijn ellendige, laffe daad meende goed te maken ?!...

— Kind! riep zij, met haar schelle, zenuwachtige stem, wat heeft hij met je gedaan, de bengel van een jongen? En lieg d'r niet om, ik waarschuw je, voor je eigen welzijn, want ik ransel de waarheid er uit!

Maar de verbazing van Annemarie was zóo groot en zóo ongeveinsd, dat haar ouders zich wat geruster voelden worden.

— Wat hij gedaan heeft? ...! Niets! hjj heeft alleen maar gevraagd, of ik later met 'm trouwen wou, en dat moest ik 'm beloven, en 'm beloven, dat ik 'm nooit zou vergeten, en dat ik z'n vrouw worden zou. Ik ging alleen maar naar 'm toe, om afscheid te nemen, Vader, zei ze schuchter, dat mocht toch wel?

De vader moest gaan zitten. Bij de eerste mededeeling van Annemarie was hij als lam-geslagen van plotselinge vrees. Nu, bij haar verlossende woorden zonk een verterende zwakte hem in de beenen; de overgang van nijpenden angst naar geruste vreugde was te groot... Hjj sloot de oogen, en legde de hand tegen zijn voorhoofd, dat vochtig-koud aanvoelde tegen zjjn vingers.

Hij geloofde zijn kind. Die open, argelooze oogen bedrogen niet... Maar hij wilde nog meer weten, alles vragen... maar hij kon niét spreken...

Sluiten