Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doch het behoefde niet. De moeder vroeg en vroeg, in zóó gretige haast, dat zij in minder dan geen tijd alles kwam te hooren.

De moeder knikte goedkeurend; het deed haar buitengewoon veel genoegen, zoo schitterend in het geljjk te worden gesteld, want haar man had het haar in de vreeselijkste woorden verweten, dat zij dezen omgang oogluikend had toegelaten. Nu bleek het toch ten duidelijkste, dat van Everden een door en door fatsoenlijke jongen was... en haar hart zwol van trots bjj de gedachte, dat haar dochter introuwen zou in dat voorname patricische geslacht...

Maar de vader schudde het hoofd.

— En geloof jij dat? vroeg hij aan zijn vrouw. Kan jij één oogenblik gelooven, dat die knaap dat meent?

— Waarom niet? vroeg de moeder op kjjfachtigen toon. Annemarie is een heel knap ding, er valt niet dat op haar te zeggen, en niet op mij, en niet op jou. En was 't niet om de tierceering, dan zou je nu nog rentenier wezen; en overigens, is mecanicien niet 'n uitstekende betrekking? en vergeet je heelemaal, dat zelfs Bonaparte bij z'n bezoek aan de Werf je werk heeft opgemerkt en geprezen?

— Maar Annemarie is Boomsch. En bovendien ... al zou de familie van Everden daarover kunnen heen-stappen over dat verschil van godsdienst, ik zou 't niet zoo gemakkelijk kunnen. Twee gelooven op één kussen, daar rust de duivel tusschen...

Sluiten