Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gelukkig dat de drijfjacht van gisteren voor voldoende wild had gezorgd... Hij zond den hofmeester heen met een aanwijzing over het dekken der tafel, dat alles „in de uiterste puntjes" moest znn, — een overbodige opmerking eigenlijk, want de hofmeester had alles voortreffelijk in orde, nu er gasten op Achtenskerke waren ... en hij haastte zich naar boven om zich te gaan verkleeden.

Hij wachtte zijn ouders in het met gobelins behangen zaaltje, waar de wanden jacht-tooneelen aangaven in de mooie groene en donkerblauwe kleuren uit den eersten tijd, dat het gobelin in de mode kwam. Boven den rossig-grijs marmeren schoorsteenmantel pronkte een stuk van Hondecoeter, een hoenderhof met witte kippen en een majestatischen haan. De meubelen waren in empire-stijl, de stoelen van mahoniehout met vierkante ruggen met smalle gouden randen, de penant-tafeltjes met kleine kolommen bewerkt en koper montuur, de tafels rond met een dikken poot, die op den grond zich in een driekant vlak verdeelde.

Vergenoegd keek Cornelius rond. Dit was nu alles zijn eigendom; toch een aangenaam idee! Zonder de goedheid van nicht Woutera had hij, dank zij het groote jaargeld, dat hij van zijn vader genoot, wel een lustig leven kunnen leiden, maar had hij toch nooit zoo'n schitterend pieda-terre gehad, waar hij heer en meester was!

O, hij werd dan ook genoeg benijd! Claude ... hij moest innerlijk lachen om diens bittere jaloezie.

Sluiten