Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en hij werd hoe langer hoe verbaasder en een beetje ongeduldig ook.

— Zég u het dan, Vader, drong hij aan.

De Raad keek zijn zoon, met een, een weinig voorover-gebogen gelaat streng aan, en zei:

— Wij hebben gehoord, dat je... verstrikt zijt in 'n zeer gevaarlijke liaison ...

— Hè?! zei Cornelius verbluft.

— Een zóó gevaarlijke, dat wij 't noodig gevonden hebben ons veto daartegen te komen uitspreken:

— Ik begrijp u niet! zei Cornelius, zóó oprecht, dat zijn moeder, verlicht, even op-ademde. Zou het laster zjjn geweest, gemeene laster van dien jaloerschen Claude ... ?

— Men zegt, dat je in de bekoring zijt gevallen van 'n meisje... van losse zeden, van 'n meisje... laag van stand ... van 'n meisje ... niet van jouw godsdienst, maar... Katholiek. En ... hij verhief zijn stem vol verontwaardiging, men beweert, dat je van plan ben dat meisje te trouwen.

Cornelius' oogen waren begonnen te schitteren van toorn. Nu sprong hij op, zijn geheele gezicht was vol-gevlamd van een driftig rood.

— Wat! riep hij, nóem hem, die heeft durven beweren, dat dat meisje, mijn meisje, los van zeden is! Ik eisch zijn naam, Vader!

De Raad maakte een bedarend-afwerend gebaar met de hand.

— Je toon, je gedrag, bewijst me, helaas, dat inderdaad er waarheid gesproken is. Wie is ... die persoon? Ik eisch haar naam, begrepen?

Sluiten