Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deze omgeving. En verlies de eerbied niet uit 't oog, die je aan mij, je vader verschuldigd ben.

Cornelius balde de vuisten, een heete woede brandde in zijn borst, bijna was hij uitgebarsten in een, bij zijn gewone goedmoedigheid, hoogst zeldzame vlagen van drift, maar een blik op zijn moeder bedaarde hem. Hij wendde zich om, en stond even, blind, uit een der ramen te staren ... en in dat oogenblik keerde zijn helder verstand terug, en hjj begreep, dat hjj met verontwaardiging bij zijn rotsharden vader niets zou bereiken, — misschien iets door kalme overreding. Hij moest het in elk geval probeeren.

— Vader, zei hij eensklaps,, maar wat verbeeldt u u toch. U maakt u 'n totaal verkeerde voorstelling van de dingen. In deze omgeving!. .. Denkt u misschien, dat ik m'n meisje ergens hier houd verstopt, om 'n herdersidylle met haar te spelen? 't Lieve kind is zelfs niet eens in Botterdam ...

— Niet in Botterdam?

— Neen!

Spreekt hij de waarheid? vroeg de Raad met de oogen aan zijn vrouw, en deze antwoordde, sterk en direct, op dezelfde wijze: Ja! Hij spreekt de waarheid!

— Maar... zei de Raad, er is me toch verzekerd . ..

— Door wie? vroeg Cornelius.

— Door iemand, die zeer goed met al je gedragingen bekend is, door iemand, die't weten kan.

— Claude! riep Cornelius. En hij dacht: arme

Het gevleugelde Wiel. I. 6

Sluiten