Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Claude, je jaloerschheid op mij begint in een leeiyk gevoel te ontaarden. En toch, beste jongen, voel ik geen wrok, want ik heb haar en ik houd haar, de zoete, kleine Annemarie en, ten spüt van jullie allemaal, zal ik haar ook trouwen te eeniger tijd.

— Wil ik u eens wat zeggen, Vader? vroeg hn. En weet u, waarom Claude me tracht te belasteren en tegen te werken? Omdat hy zélf verliefd op dat meisje is, en me haar niet gunt! triomfeerde bij.

— Claude!? riepen zijn vader en moeder tegelük, ontzet. En de Baad, zich hervattend, ging voort:

— Weet je wel, wat je daar zegt? Bovendien, ik heb niet gezegd, dat Claude 't is, die me alles van jou heeft verteld.

— Nu ja, zei Cornelius, met een achteloos gebaar van de hand. Wees gerust, u hebt 'm niet verraden, ik heb 't uit me zelf begrepen. Ja! zei hij, u hebt Keetje met'm laten trouwen, omdat hy een goede positie heeft, als advocaat, en om z'n naam, en om z'n voldoende fortuin, maar ... u hebt er 'n tweede exemplaar zoon bijgenomen zooals ik er een ben, vader ! en hij lachte even ondanks zichzelven om zyn eigen scherts.

— Laat Claude rusten, die is hier niet aan de orde. Laten we ons bij jouw zaken bepalen.

— Goed! zei Cornelius besloten, terwy hy ging zitten. Ik zal u alles vertellen.

— Ten eerste: haar naam... zei de Baad.

— Ja, alles zult u weten! zei Cornelius onge-

Sluiten